Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Natuurlijk zal zij den eenzamen weg gekozen hebben," zei Haley overluid, niet lettend op Sam's woorden.

„Daar valt niets van te zeggen," zei Sam, „meiden zijn zoo wonderlijk, zy doen nooit wat men denken zou, meestal juist het tegendeel. Nu, ik denk dat zij den landweg gegaan is, en daarom zal 't het best wezen, den grooten weg te nemen."

Deze diepzinnige beschouwing scheen Haley niet te overtuigen en hij zeide, dat hij bepaald den anderen wilde gaan en vroeg aan Sam wanneer zij er zouden komen.

„Een eindje verder," zei Sam, „maar" voegde hij er bij, „ik heb er nog eens over nagedacht en ik geloof dat wij dien toch niet moeten gaan. Hij is verbazend eenzaam en daar ik er in langen tijd niet ben geweest, konden wij wel eens aan 't dwalen raken."

„Toch zal ik dien weg nemen," verklaarde Haley. De eerste indruk van Sam's woorden en de pogingen om •er hem, om Elise niet in gevaar te brengen, door leugens weer af te brengen, besliste.

Toen Sam dan den weg aanwees, reed Haley er recht -op aan. Zij hadden ongeveer een uur voortgereden op den slechten weg, vol met kuilen en gaten, toen zij plotseling vlak voor de schuurdeur eener hoeve terecht kwamen, waar de weg eindigde. Geen mensch was er in het huis, ze schenen allen op het land aan 't werk te zijn, maar het was toch duidelijk te zien, dat de reis niet verder kon worden voortgezet.

„Heb ik 't massa niet gezegd?" zei Sam, met een onnoozel gezicht. „U wilde me niet gelooven, maar ik heb u gewaarschuwd, dat ik den weg niet goed kende en wij konden verdwalen!"

„Jij deugniet!" zei Haley. „Je zult er wel alles van geweten hebben."

Er was echter niet anders te doen dan rechtsomkeert

OOM TOM. 3

Sluiten