Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te maken en den grooten weg op te gaan. Ten gevolge van al die vertragingen was het ongeveer drie kwartier nadat Elise haar kind in het herbergje had te slapen gelegd, dat de drie ruiters daar aankwamen. Haley en Andy waren een paar pas achter en Sam's vlug oog zag onmiddellijk Elise voor het raam staan; hij liet zijn hoed afwaaien en liet daarbij een eigenaardigen kreet hooren, die terstond haar aandacht trok; zij trad dadelijk terug, terwijl het troepje het raam voorbij trok naar de voordeur. Duizend levens schenen voor Elise in dat ééne moment vervat. Haar kamer had een zijdeur naar den kant der rivier. Zij greep het kind en holde er mee naar den dijk. Haley zag haar juist toen zij beneden aan den oever verdween en van zijn paard springend, Sam en Andy hard roepend, ijlde hij haar na, zooals een jachthond het wild. In dat ontzettend oogenblik voelde zij nauwelijks, dat haar voeten den grond raakten en in één oogenblik was zij vlak voor het water. Met de kracht der wanhoop, sprong zij met een wilden kreet over de strook water tot op de schol daarachter. Het was een dolzinnige sprong en Haley, Sam en Andy slaakten een gil van ontzetting. Het groote stuk groenachtig ijs waar zij op terecht kwam, kraakte en scheurde, maar met een wilden kreet sprong zij alweer op een volgende schots en zoo van de eene schol op de andere. Haar schoenen had zij verloren, haar kousen waren aan flarden gescheurd, haar voeten bloedden, maar zij zag niet, voelde niet, tot zij aan den overkant bij den laatsten sprong werd opgevangen door een man, die getuige van het schouwspel was geweest.

„Je bent een dappere meid, wie je ook bent!" sprak de man.

„O, mijnheer Symmes, red mij, red mij," smeekte Elise.

„Wat is dat? ben je niet de meid van mevrouw Shelby ?''

„Ja, maar 't is om mijn kind, mijn jongen, die verkocht

Sluiten