Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is aan dien man, daar ginds. O, mijnheer Symmes, ge hebt zelf ook een kleinen jongen, och, red hem!"

„Dat heb ik," zei de man geroerd, terwijl hij Elise tegen den steilen oever optrok. „Ik kan je echter niet verbergen, het beste is, dat je daarheen gaat, naar dat witte huis, dat zijn goede menschen, die je voort zullen helpen en zij zijn bekend met die soort van dingen."

„De Heer loone u!" zei Elise ernstig. Zij nam het kind weer op en ging naar het aangewezen huis. De man bleef staan en keek haar na.

Haley had als wezenloos het heele tooneel aanschouwd totdat Elise achter den hoogen oever verdwenen was.

„De meid heeft zeven duivels in haar lijf, geloof ik!" mompelde hij. „Zij sprong als een wilde kat.

„Nu" zei Sam, „ik hoop, dat u ons niet kwalijk neemt, dat wij dienzelfden weg niet oprijden, ik geloof niet dat ik durf," en Sam liet een schor gegrinnik hooren.

„Lach je nog?" riep Haley toornig uit.

„Neem me niet kwalijk, massa 't was zoo iets bizonders, dat springen op die dobberende en kantelende schollen en dat kraken en plompen, plis en plas. Wel, wel, wat sprong zij!"

En Sam en Andy lachten, dat de tranen hun over de wangen liepen.

„Ik zal je dat lachen wel afleeren," zei de handelaar, terwijl hij met zijn rijzweep naar hen sloeg, maar beiden vlogen tegen den oever op en zaten al te paard voor hij boven was.

„Goeden avond," riep Sam, „ik geloof zeker, dat missis ongerust zal worden over de paarden en dat zij niet zou toestaan, dat wij met hen over Lizzy's brug reden."

En in vollen draf reden zij naar de hoeve terug om aan hun meesteres de blijde tijding van Elise's goed gelukte vlucht mee te deelen.

Het was schemeravond toen Elise haar wanhopige

Sluiten