Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dooden hen daar! — Ik heb het hooren vertellen, hoe hard zij hen op hunne plantages laten werken."

„Daar is dezelfde God als hier, Chloé."

„Ja, dat geloof ik wel; maar de Heer laat het somwijlen toe, dat er verschrikkelijke dingen gebeuren. Ik weet langs dien weg geen troost te vinden."

„Ik ben in des Heeren hand," zeide Oom Tom; „er kan niets erger gebeuren dan Hij toelaat, en een ding is er, waarvoor ik hem kan danken, en dat is, dat ik verkocht wordt en niet gij of de kinderen. Hier zijt gij veilig en wat er komt, treft mij alleen; en de Heer kan mij helpen, en ik weet dat Hij dit wil doen."

Edel, mannelijk hart, dat uwe eigene smarten vergeet, om uwe dierbaren maar te kunnen troosten! Oom Tom sprak met eene bedrukte stem en met eene bittere beklemdheid in de keel, maar toch sprak hij moedig en krachtig.

„Laat ons aan onze voorrechten en de ons geschonken genade denken," zeide hij trillende en bevende, alsof hij levendig gevoelde, hoezeer hij het noodig had, daar aan te denken.

„Genade!" riep tante Chloé uit; „ik zie daar geen genade in. Het is geen recht; het is niet zooals het behoort. Massa had het nooit zoo ver moeten laten komen, dat hij je voor zijne schulden moest verkoopen. Ge hebt tweemaal meer voor hem verdiend, dan hij nu voor je krijgt. Hij is je de vrijheid verschuldigd en behoorde je die reeds voor jaren geschonken te hebben. Misschien kan hij zelf het nu wel niet helpen, maar ik gevoel toch dat het slecht van hem is. Zulk een trouwe slaaf als gij voor hem zijt geweest; die zijn eigen werk vergat en meer aan hem dan aan zijn eigene vrouw en kinderen dacht! O zeker, op hen, die harte-liefde en barte-bloed kunnen verkoopen, om zich daardoor uit hunne verlegenheid te redden, zal de hand des Heeren rusten J"

„O, Chloé, spreek zoo niet, indien gij mij liefhebt, nu het misschien de laatste maal is, dat wij bij elkaar zijn;

Sluiten