Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongeheer George bij hem op den wagen, sloeg met onstuimige aandoening zijn armen om Oom Toms hals en begon luid te snikken.

„Dat is gemeen! Het raakt mij niet wat de anderen zeggen. Het is slecht. Het is schande. Indien ik een man was, dan zouden zij het niet doen; zij zouden je niet verkoopen," zeide George met een soort van onderdrukt huilen.

„O, massa George, dat doet mij goed!" zeide Oom Tom. „Ik was zoo bedroefd omdat ik heen gaan moest zonder u nog eens gezien te hebben! Gij kunt niet gelooven, hoe goed het mij doet!" Hier maakte Oom Tom eenige beweging met zijn voeten, waardoor Georges oogen op de kluisters vielen.

„Welk eene schande!" riep de knaap uit, terwijl hij de handen ineen sloeg. „Ik sla dien deugniet dood, dat doe ik."

„Neen massa George, dat zult gij niet, en gij moet ook zoo hard niet spreken. Het zou mij niets baten, dat gij den man boos maaktet."

„Nu, ik zal het om uwentwil niet doen; maar zeg mij is het geen schande? Zij hebben mij er niets van verteld, en had ik het niet van Tom Lincoln gehoord, dan was ik er zeker niets van te weten gekomen. Ik verzeker je dat ik tegen hen geraasd heb toen ik thuis kwam!"

„Dat was niet goed van u, waarlijk niet, massa George!"

„Ik kan 't niet helpen! Waarlijk, het is schande! Zie hier, Oom Tom," vervolgde hij, terwijl hij zich met den rug naar den smidswinkel toekeerde en op een geheimzinnigen toon begon te spreken: „Ik heb je mijn dollar meegebracht."

„O, ik durf dien niet aannemen, volstrekt niet, massa George," antwoordde Oom Tom aangedaan.

„Maar je moet hem aannemen," zeide George. „Ik heb aan Tante Chloé gezegd, dat ik het wilde doen, en zij heeft mij aangeraden om er een gat in te maken en er er een band door te halen, zoodat je hem om den hals

Sluiten