Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om hen met deelnemenden ernst aan te zien; soms tilde zij de zware ketenen met haar teedere handen op, zuchtte treurig en sloop evenzoo weder heen. Verscheidene malen kwam zij plotseling in hun midden, de handen met kandij, noten en sinaasappels gevuld, om die met een vroolijk hart onder de ongelukkigen uit te deelen en zich dan weder te verwijderen.

Oom Tom had het kleine meisje sedert langen tijd gadegeslagen, voordat hij het waagde, eenige nadere kennis met haar te maken. Hij verstond zich op eene menigte kleine handgrepen om de toenadering der kinderen uit te lokken en te bevorderen, en hij besloot, nu zijne rol eens behendig te vervullen. Met verbazende vlugheid vervaardigde hij kleine mandjes van kersenstelen, maakte wondermooie aangezichten van okkernoten, of vroolijk dansende figuren van vlierpitten; in de vervaardiging van fluitjes in allerlei vormen en grootte was hij wezenlijk een toovenaar. Zijne zakken waren vol van allerlei kostelijke voorwerpen, zooals hij in vroegere dagen voor zijns meesters kinderen had vervaardigd en die hij nu met loffelijke voorzichtigheid en spaarzaamheid gebruikte, om daarmede de gewenschte vriendschap te bevorderen.

De kleine was schuw, en in weerwil van haar ijverige belangstelling in alles, was het moeilijk om haar te naderen. Een tijdlang klauterde zij als een kanarievogel op een of ander pak in Toms nabijheid, terwijl deze met zijn kleine kunststukken bezig was, en nam met een soort van deftige zedigheid zijn geschenken aan; maar ten laatste begonnen zij met elkander op een vertrouwelijken voet te geraken.

„Hoe heet gij, juffertje?" vroeg Oom Tom eindelijk, toen hij meende, dat het tijdstip daar was om zulk eene stoutheid te wagen.

„Evangeline St. Clare," antwoordde het meisje, „ofschoon papa en alle anderen mij Eva noemen. Maar hoe heet gij V'

Sluiten