Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar naar de boot zwom en haar toereikte aan honderd handen, die, als behoorde zij allen toe, waren uitgestoken om haar te ontvangen. Na eenige oogenblikken droeg haar vader haar nat en bewusteloos naar de dames-kajuit, waar, zooals bij soortgelijke gevallen meestal geschiedt, onder de vrouwelijke passagiers een welgemeende en goedhartige strijd ontstond, wie de meeste opschudding zou maken en op allerlei wijzen hinderlijk zou zijn bij de pogingen om het kind te doen bijkomen.

Het was zoel en tegen den avond van den volgenden dag, toen de stoomboot New-Orleans in 't gezicht kreeg. Een algemeen gedruisch van verwarring en toebereidselen maken tot vertrekken heerschte overal op het schip; in de kajuit waren velen bezig om hunne zaken bij elkander te brengen, ten einde gereed te zijn om aan land te stappen. De hofmeester zoowel als de overige bedienden waren ijverig aan het schoonmaken, om de boot zoo prachtig mogelijk te doen schijnen bij de aankomst.

Op het benedendek zat onze vriend Oom Tom met de armen over elkander geslagen, en van tijd tot tijd zijne oogen angstvallig op een groep aan de andere zijde van de boot vestigende.

Daar stond de schoone Evangeline, een weinig bleeker dan den vorigen dag, maar overigens geen enkel spoor dragend van het ongeluk, dat haar was overkomen. Een bevallig, nog jong man van eene schoone gestalte stond naast haar, zorgeloos met den eenen arm op een katoenbaal leunende, terwijl een groot zakboek voor hem opengeslagen lag. Het was bij den eersten oogopslag zichtbaar, dat die heer de vader van Eva was. Men ontdekte bij hem denzelfden edelen vorm van het hoofd, dezelfde donkerblauwe oogen, hetzelfde goudbruin haar, en toch was de uitdrukking van beider gelaat verschillend. In de groote, blauwe oogen, schoon in vorm en kleur volkomen aan de hare gelijk, miste men die diepte van gevoel; alles

Sluiten