Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was helder, stout en schitterend, maar met een louter wereldsch licht. De fraai gesneden mond had een trotsche en eenigszins spottende uitdrukking, terwijl in al zijn niet onbevallige bewegingen en wendingen eene zich vrij en op zijn gemak gevoelende meerderheid te lezen was. Hij luisterde met een opgeruimd, maar achteloos gelaat naar Haley, die in het breede uitweidde over de voortreffelijke hoedanigheden van 't voorwerp, waarover zij in onderhandeling waren.

„Al de Christelijke en zedelijke deugden compleet, gebonden in marokijn," zeide hij, nadat Haley geëindigd had.

„Maar komaan, mijn goede man, zeg mij welke som gij vraagt, en voor hoeveel gij mij denkt te bedriegen. Nu, zeg op!"

„Wel," zeide Haley, „indien ik eens dertienhonderd dollars voor dien knaap vroeg, dan kreeg ik nog niet meer dan mijn eigen geld terug."

„Arme kerel!" zeide de jonge man, zijn scherpe, spottende oogen op den slavenhandelaar vestigende; „maar mij dunkt, dat gij hem mij toch wel voor dien prijs kunt laten, uit bijzondere achting voor mijn persoon."

„Wel, de jonge dame schijnt het zeer op hem begrepen te hebben, en dat is natuurlijk ook."

„Ja, ja, uwe welwillendheid wordt ingeroepen, mijn vriend. Maar zeg mij nu voor hoeveel gij dien man, uit een oogpunt van Christelijke barmhartigheid kunt laten, om daarmede een jong meisje te verplichten, dat zooveel van hem schijnt te houden."

„Welnu, denk eens na," zeide de slavenhandelaar, „zie eens wat leden, hoe breed geschouderd hij is, en daarbij sterk als een leeuw! Zie dat hoofd eens; dat hooge voorhoofd is altijd een kenmerk van verstandige negers, die tot alles geschikt zijn. Zulk een neger is reeds veel waard, al was hij ook dom en stomp, om den wil van zijn lichaam alleen; maar als wij denken aan zijn groote ver-

Sluiten