Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koker te voorschijn haalde om een verkoopbrief in te vullen, dien hij binnen een paar oogenblikken den jongen man overhandigde.

„Ik zou wel eens willen weten hoeveel ik zou opbrengen, indien men mij te koop presenteerde," zeide de laatste, terwijl hij met zijn oogen het papier doorliep. Zoo veel voor den vorm van het hoofd, zooveel voor het hooge voorhoofd, zooveel voor armen, handen en beenen, en dan bovendien zooveel voor opvoeding, geleerdheid, talenten, eerlijkheid, godsdienst; maar ik vrees, dat er voor dat laatste weinig geboden zoude worden. Maar kom, Eva," vervolgde hij, en de hand van zijn dochtertje vattende, stapte hij schuins over het dek van de boot, raakte Toms kin zachtkens met den top van zijn vinger aan en sprak hem opgeruimd toe: „Zie, daar staat uw kleine meesteres; ik ben verlangend te weten hoe gij elkander bevallen zult."

Oom Tom zag op. Hij kon niet in dat vriendelijke, schoone kindergelaat zien, zonder een blij gevoel te ontwaren, en tranen van dankbaarheid kwamen hem in de oogen, terwijl hij op hartelijken toon antwoordde: „God zegene u, massa."

„Wel ja, dat hoop ik! Hoe is uw naam? Oom Tom? Gij moogt mij ook even goed naar mijn naam vragen. Kunt gij met paarden omgaan?"

,,Ik ben altijd gewoon geweest met paarden om te gaan," antwoordde Tom. „Massa Shelby had er vele."

„Nu, dan zal ik u in den stal een plaats aanwijzen, onder voorwaarde, dat ik je niet meer dan eenmaal in de week dronken zie, behalve in bizondere omstandigheden."

Tom zag hem verwonderd aan en antwoordde een weinig getroffen: „Ik drink nooit massa."

„Diezelfde verklaring heb ik reeds meermalen gehoord, Tom; maar wij zullen zien; het zal in elk geval een heerlijke aanbeveling bij allen zijn, indien je het niet doet.

Sluiten