Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pas getrouwd waren. Augustin was in zijn hart verheugd, dat hij een zoo kortzichtige vrouw had; maar toen de wittebroodsweken voorbij waren, begon hij te ontdekken, dat een schoone jonge vrouw, die altijd gewoon was geweest gevleid en vertroeteld te worden, dikwerf in het huiselijk leven een harde meesteres kan zijn. Marie had nooit veel vatbaarheid voor liefde bezeten, luttel gevoeligheid betoond, en het weinige, dat zij nog gehad had, was door een inwendige, haar zelf onbewuste zelfzucht onderdrukt geworden, een zelfzucht, zooveel te hopeloozer door haar geheele onbekendheid met de rechten en eischen van anderen. Zij was van haar vroegste jeugd af omringd geweest door een menigte bedienden, die geen andere taak hadden, dan te voldoen aan haar luimen; het denkbeeld, dat dezen ook rechten en gevoelens hebben, was nooit, zelfs niet in de verte, bij haar opgekomen. Haar vader, wiens eenigst kind zij was, had haar nooit iets ontzegd, dat hij haar naar menschelijk vermogen maar kon verschaffen. Toen derhalve St. Clare zijn kleine oplettendheden, die hij in 't eerst nog had, begon te vergeten, zag hij, dat zijn vrouw geenszins voornemens was, daarvan afstand te doen; er volgde een stroom van tranen, een gedurig pruilen en herhaalde kleine stormen, ontevredenheid, teleurstelling en opwinding. St. Clare was goedhartig en toegevend; hij zocht haar met geschenken en vleierijen tevreden te stellen, en toen Marie moeder van een lief meisje werd, gevoelde hij voor eenigen tijd een gewaarwordieg van liefde voor haar.

St. Clares moeder was een vrouw geweest van een ongemeen verheven en edel karakter, en hij gaf aan zijn kind haar naam, in de hoop, dat de grootmoeder in de kleindochter zou herleven. Zijne vrouw had een hevige jaloezie hierover getoond en zij beschouwde zijne innige gehechtheid aan het kind met achterdocht en wangunst, daar alles, wat zij vroeger als haar eigendom had beschouwd,

Sluiten