Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de aangewezen plaats staat, en waar alle huiselijke zaken even geregeld gaan als de oude huisklok in gindschen hoek. In de zoogenaamde familiekamer ziet hij de groote boekenkast met glazen deuren, waar al de oude beroemde schrijvers van het moederland, als Rollin, Milton, Bunjan en andere in bevallige orde naast elkander staan, benevens vele anderen van even deftigen en stemmigen inhoud. Er bevinden zich geen bedienden in het huis; alleen de vrouw met haar sneeuwwitte muts en den bril op den neus, die daar iederen middag te midden harer dochters zit te naaien, alsof er niets anders gedaan is of gedaan moet worden; zij verrichtte met hare dochters in het vroege morgenuur van den dag wat er te doen was. De oude keukenvloer schijnt nimmer bevlekt of bemorst te worden; de tafels, de stoelen en het verschillende keukengereedschap schijnen nimmer in wanorde te geraken, ofschoon er drie-, soms viermalen daags wordt gekookt, schoon hier de wasch met alle toebehooren beredderd wordt en er ontelbare ponden boter en kaas op een geheimzinnige wijze in het aanzijn worden geroepen.

Op zulk een hoeve, in zulk een huis en te midden van zulk eene familie had juffrouw Ophelia haar vijf-en-veertig levensjaren kalm en rustig doorgebracht, toen haar neef haar verzocht, hem naar zijne woning in het Zuiden te volgen. De oudste van een groot gezin, werd zij daarom toch door vader en moeder als een der kinderen beschouwd, en het voorstel, dat zij naar Orleans zoude gaan, was hoogst gewichtig voor het heele gezin. De oude, grijze vader nam zijn atlas uit de boekenkast, om de lengte en breedte van de plaats op te nemen, en sloeg „Flinks Reizen in het Zuiden en Westen" op, om met de natuur van het land bekend te worden.

De goede moeder vroeg bezorgd: „of Orleans niet eene vreeselijk goddelooze plaats was" en zeide dat de reis derwaarts bij haar gelijk stond met een naar de

Sluiten