Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder een bestendig en dikwerf kwellend gevoel van feilbaarheid en gebrekkigheid.

Maar hoe kon juffrouw Ophelia er toch wel toe besluiten om haar neef te volgen — hem, zoo vroolijk, zoo onnadenkend, zoo roekeloos, zoo twijfelend die, in 't kort, met onbedachtzame, achtelooze vrijheid over haar meest geliefkoosde gewoonten en gevoelens heenstapte?

Om maar ronduit de waarheid te zeggen, juffrouw Ophelia had hem lief. Toen hij nog een jongen was, had zij hem zijn katechismus geleerd, zijn kleederen versteld, zijn haar in orde gehouden, en hem in zekere mate den weg leeren gaan dien hij behoorde te bewandelen; en daar haar hart voor liefde zeer vatbaar was, had A.ugustinus daarvan, gelijk hij met de meeste menschen deed, een goed deel veroverd, en van daar kwam het, dat hij er gemakkelijk in slaagde, juffrouw Ophelia te overtuigen, dat „plicht" haar naar New-Orleans voerde, en dat zij hem moest volgen, om zorg voor Eva te dragen en te waken, dat niet alles gedurende de aanhoudende ziekte van zijn vrouw te gronde ging. Het denkbeeld van een huis zonder opzicht ging haar ter harte; daarbij beminde zij het meisje, gelijk iedereen deed, en schoon zij Augustinus weinig meer dan een heiden achtte, zoo bleef zij hem toch liefhebben, lachte om zijn vroolijke uitvallen en verdroeg zijn gebreken met een van haar bijna niet te verwachten geduld. Maar wat wij verder noodig hebben van haar te weten, zullen wij bij eene persoonlijke kennismaking zeker ontdekken.

Zij zit daar nu in haar kleine kajuit, omringd door een hoop kleine en groote reiszakken, koffers en doozen, die alle haar bizondere zorg behoeven, en die zij met een gelaat van ernst en gewicht toemaakt, sluit en vastbindt.

„Nu, Eva, hebt gij uwe zaken nagezien; zeker weer veel vergeten, gelijk kinderen meestal gewoon zijn te doen. Daar hebt gij uw reiszak en de kleine blauwe doos met

Sluiten