Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den sleutel om en stak dien vervolgens zegevierend in den zak.

„Nu zijn wij gereed — waar is papa? Mij dunkt, het wordt tijd om onze goederen aan wal te brengen. Kijk eens uit, Eva, of gij papa ook ergens ziet."

„Ja, hij is aan het andere einde van de heeren-kajuit en is bezig een sinaasappel te eten."

„Hij weet zeker niet, dat wij dichtbijkomen," zeide tante; ga heen en zeg het hem."

„Papa heeft nooit haast met zulke dingen," antwoordde Eva, „en wij zijn ook nog niet aan wal. Kom eens op het dek, tante; zie, daar in gindsche straat is ons huis!"

De boot begon nu met een dof geluid, gelijk een afgetobd monster, een plaats tusschen de overige talrijke stoomvaartuigen aan de kaai te zoeken. Eva wees, van vreugde juichende, op de verschillende torenspitsen, kerkdaken en marktpleinen, waaraan zij haar geboortestad herkende.

„Ja, ja, lieve, dat is alles heel mooi," zeide juffrouw Ophelia. „Maar de boot heeft stil gehouden! Waar is papa nu?"

En nu volgde de gewone drukte der ontscheping; op meer dan twintig plaatsen te gelijk vertoonden zich sjouwerlieden; mannen droegen reiszakken, doozen, koffers; vrouwen riepen angstig om haar kinderen, en allen drongen in een dichte massa naar de loopplank om het schip te verlaten.

Juffrouw Ophelia zette zich bedaard op de laatst overwonnen koffer, stapelde al haar goederen als een verschansing er om heen en scheen voornemens, die tot aan het laatste te verdedigen.

„Zal ik uw koffer nemen, mevrouw?" — „Zal ik uw pakgoed dragen?" — „Zal ik uw bagage naar huis brengen?" Door soortgelijke vragen werd zij van alle kanten bestormd. Zij zat daar met een vreeselijk ernstig gezicht,

Sluiten