Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geraniums, weelderige rozen, die onder den zwaren bloemenlast als bezweken, gouden jasmijnen, geurige verbéna's, allen vermengden hun bloesempracht en hun geuren, terwijl hier en daar een oude aloë met zijn sterke, zwaarwichtige bladeren, als een oude, grijze toovenaar in betooverde grootheid te midden van de zwakkere en vergankelijker bloemen en geuren zich vertoonde.

De galerijen die het plein omgaven, waren voorzien van gordijnen van Moorsche stof, die naar welgevallen op en neer getrokken konden worden, ten einde zich desverkiezende tegen de hitte der zonnestralen te beschutten. Over het geheel lag het voorkomen van rijkdom en romantiek.

Bij het binnenrijden van het rijtuig op het voorplein, geleek Eva naar een vogel, die gereed is om in de opgewondenheid der vreugde uit zijn kooi te springen.

„O, het is hier zoo heerlijk — zoo mooi in mijn dierbaar huis!" zeide zij tot juffrouw Ophelia. „Vindt u niet, dat het hier allerliefst is?"

„Het is een schoone plaats," antwoordde juffrouw Ophelia, „ofschoon zij mij zeer oud en heidensch voorkomt."

Tom klom van het rijtuig af en zag met een blik van kalme, stille verbazing in het rond, De neger, moet men denken, is afkomstig uit het schoonste land der wereld en diep in zijn hart ligt een sterken hartstocht voor al wat schitterend, rijk en van invloed op de verbeelding is, een hartstocht, die, geleid door zijn onbeschaafden smaak, hem blootstelt aan den spot van het koeler en juister denkende blanke menschenras.

St. Clare, wiens hart geheel gevoel en poëzie was, glimlachte, toen juffrouw Ophelia haar aanmerkingen maakte, en zich tot Tom wendende, die vol bewondering in het rond stond te kijken en wiens gelaat van opgetogenheid schitterde, zeide hij:

„Nu, Tom, mijn jongen, het schijnt je hier wel te lijken."

Sluiten