Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gelijkenis? Kom wees nu niet onverstandig en eigenzinnig."

„Het is zeer ongevoelig van je, St. Clare," zeide de dame, „dat je er zoo op aandringt om over allerlei nietigheden te spreken. Je weet, dat ik alle dagen zoo vreeselijk aan hoofdpijn lijd, en men heeft zulk een leven sedert je terugkomst gemaakt, dat ik waarlijk half dood ben."

„Lijdt gij aan hoofdpijn, mevrouw?" zeide juffrouw Ophelia, plotseling uit de diepte van een wijden armstoel oprijzend, waarin zij tot nu toe gezeten had, bezig met het opnemen van het meubilair en de berekening van de daaraan bestede kosten.

„Ja, ik ben inderdaad een martelares daarvan," zuchtte de dame.

„Thee van jeneverbessen moet een uitmuntend middel tegen de hoofdpijn wezen," zeide juffrouw Ophelia. „Ten minste Augusta, de vrouw van dokter Abraham Perry, placht dat te zeggen, en zij had van zulke zaken veel verstand."

„Ik zal de eerste jeneverbessen, die er in onzen tuin aan het meer rijp worden, tot dat einde laten plukken," zeide St. Clare ernstig, en trok bij deze woorden haastig aan de schel. „Intusschen zult gij, waarde nicht, verlangen, naar uw eigen kamer te gaan, om een weinig van de vermoeienissen der reis uit te rusten. Dolf," vervolgde hij, „zeg dat Mammy hier komt." De bescheiden mulattin, die Eva bij hare aankomst zoo hartelijk had omhelsd, kwam weldra binnen; zij was netjes gekleed en droeg een rood en geel gestreepten tulband op het hoofd, een geschenk van Eva, en die het kind haar met eigen handen om het hoofd gewonden had. „Mammy," zeide St. Clare, ik „geef deze dame aan uwe zorg over; zij is vermoeid en heeft rust noodig. Breng haar naar haar kamer en zorg dat haar niets ontbreekt," waarna juffrouw Ophelia met Mammy verdween.

Sluiten