Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof dat het grootste gedeelte van mijn ongesteldheid aan hen is te wijten, en tevens, dat er geen slechter dan de onzen gevonden kunnen worden."

„Kom, Marie, je schijnt dezen morgen slecht gehumeurd te zijn," antwoordde St. Clare op deze klacht. „Je weet wel beter, dat het zoo niet is. Denk bij voorbeeld maar eens aan Mammy, het beste schepsel dat men wenschen kan; wat zou je toch zonder haar doen?

„Mammy is de beste, die ik ooit gekend heb, dat is waar," zeide Marie, „en toch Mammy — zij is zoo zelfzuchtig, zoo vreeselijk zelfzuchtig; maar dat is de aangeboren kwaal van het geheele ras."

„Zelfzucht is een schrikkelijk gebrek in den mensch," zeide St. Clare ernstig.

„Welnu, van Mammy gesproken, zij is zoo zelfzuchtig, dat zij den geheelen nacht gerust kan doorslapen," hernam Marie, „hoewel zij weet, dat ik alle oogenblikken van die kleine oplettendheden noodig heb, wanneer mijn ergste aanvallen komen; men kan haar bijna met geen mogelijkheid wakker krijgen. Ik gevoel mij juist heden zoo veel minder goed, omdat ik mij zooveel moeite heb moeten geven om haar dezen nacht uit den slaap te wekken."

„Heeft zij in den laatsten tijd niet dikwijls bij u gewaakt, mama?" vroeg Eva vriendelijk.

„Hoe weet gij dat?" zeide de moeder scherp. „Is zij misschien bij je komen klagen?"

„Zij heeft niet geklaagd," was het antwoord. „Zij heeft mij alleen verteld, hoevele onrustige nachten u hebt doorgebracht, en dat wel zoovele achter elkander."

„Waarom liet ge Jane of Rosa haar plaats dan niet voor een paar nachten innemen?" vroeg St. Clare. „Dan had zij immers rust kunnen nemen?"

„Hoe kunt gij mij zulk een voorstel doen?" riep Marie uit. „St. Clare, je hebt volstrekt geen medelijden. Bij mijn zoo vreeselijk zenuwachtig gestel hindert mij 't geringste,

Sluiten