Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam aantrippelen en Tom met zich voerde. „De eenige ware volksvriend is het kleine kind: Tom is een held in haar oogen; zijn verhalen zijn haar wonderbaar, zijn lofzangen en methodistische liederen zijn beter voor haar dan de opera, en de kleine snuisterijen, die hij in zijn zak heeft, een mijn van kostbaarheden, voortreffelijker dan edelgesteenten; en hij zelf is voor haar de verwonderlijkste Tom, die ooit in een zwarte huid stak. Dit is een der rozen uit het paradijs, die de Heer op aarde laat bloeien voor de armen en nederigen, die in andere opzichten zoo karig zijn bedeeld."

„Het is zonderling, neef," zeide juffrouw Ophelia; je spreekt op een wijze, dat men je bijna als een belijder zou beschouwen."

„Als belijder? Wat meen je, waarde nicht ?" vroeg St. Clare.

„Ja, als belijder van den godsdienst."

„In 't geheel niet, ik ben geen belijder, zooals gijlieden dat noemt, en wat erger is, ik vrees dat ik zelfs geen beoefenaar ben."

„Hoe kunt ge dan zoo spreken?"

„Och, niets is gemakkelijker dan dat!" zeide St. Clare. „Ik geloof, dat Shakspeare iemand zeggen laat: „Ik zou gemakkelijker aan twintig menschen kunnen voorpreeken, wat goed zou zijn, dan een van de twintig zijn om mijn eigen aanwijzing te volgen." Niets is grooter dan het verschil van de verdeeling van den arbeid. Ik ben krachtig in het spreken, en gij nicht, zijt krachtig in het handelen."

In Toms uitwendige omstandigheden was op dat oogenblik niets waarvan de wereld zeggen zou, dat over te klagen viel. De genegenheid der kleine Eva — haar instinctmatige

Sluiten