Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waar is Eva?" zeide Marie op zekeren Zondagmorgen, terwijl zij prachtig gekleed in de veranda stond, en bezig was om een diamanten armband vast te maken.

Het kind was op de trap blijven staan ten einde eenige woorden met haar Mammy te wisselen.

En wat zeide Eva tot Mammy, vraagt ge misschien? Luister lezer, en gij zult het vernemen, ofschoon Marie het niet hoort.

„Lieve Mammy, ik weet datje vreeselijke hoofdpijn hebt."

„God zegene u, jongejuffrouw Eva; ja, mijn hoofd is altijd pijnlijk. Maar gij moet u daar niet bezorgd over maken."

„Nu, ik ben blij dat je uitgaat, en hier, Mammy," vervolgde het jonge meisje, terwijl zij haar verzorgster teeder omhelsde, „hier is mijn reukfleschje, dat ge medenemen moet."

„Wat! dat fraaie gouden ding met al die diamanten! Och Heer, neen lieve jongejuffrouw, dat zou voor mij niet passen."

„En waarom niet? Je hebt het noodig en ik niet. Mama gebruikt het altijd als ze hoofdpijn heeft, en dus zal jij er je ook wel bij bevinden. Komaan, lieve Mammy, je moet het meenemen, indien je mij genoegen wilt doen!"

„Hoor dat lieve kind nu eens praten!" riep Mammy uit, terwijl Eva haar het reukfleschje in de handen stopte, haar vervolgens kuste en de trap afsprong om bij haar moeder te komen.

„Waar heb je je toch zoo lang opgehouden."

„Ik ben bij Mammy geweest en heb haar mijn reukfleschje gegeven om dat mee naar de kerk te nemen."

„Eva!" riep haar moeder, ongeduldig met den voet stampende, uit, „heb je je gouden reukfleschje aan Mammy gegeven? Wanneer zal je eindelijk in 's Hemels naam toch leeren verstandig gedragen? Ga heen en haal het terug; komaan, terstond!"

Sluiten