Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eva was bedroefd en verslagen, en keerde zich langzaam om.

„Laat het kind haar gang gaan, Marie," beval St. Clare, „laat haar doen zooals zij verkiest."

„St. Clare, hoe zal het ooit met het kind in de wereld gaan, indien dat zoo voortgaat?" vroeg Marie ten hoogste verstoord, omdat haar man zich tegen haar bevelen verzette.

„Er is weinig voor haar te vreezen, als zij op de een of andere wijze zoekt goed te doen," antwoordde St. Clare.

„Nu, neef, ben je gereed om mee ter kerk te gaan?" vroeg juffrouw Ophelia, zich tot St. Clare wendende.

„Ik dank je, ik ga niet ter kerk."

„Ik zou gaarne zien, dat St. Clare medeging," zeide Marie; „maar hij heeft niet het minste gevoel voor den godsdienst. Dit is waarlijk niet zooals het behoort en men van hem zou verwachten."

„Dat weet ik," antwoordde St. Clare. „Eva," vervolgde hij, zich tot het meisje wendende, „heb je wel veel lust om ter kerk te gaan? Komaan, blijf bij mij thuis en speel met mij."

„Ik dank u, papa, ik ga liever naar de kerk."

„Is het er niet erg vervelend?" vroeg St. Clare.

„Soms, ja, dan is het wel vervelend," zeide Eva, „en dan word ik slaperig en heb moeite om wakker te blijven."

„Waarom ga je er dan heen?"

„Wel, u weet het immers, papa," fluisterde zjj haar vader in het oor; „nicht zegt, dat God wil hebben, dat wij het doen, en God geeft ons alles, en het is toch ook zoo zwaar niet om te doen wat Hij van ons verlangt. En waarlijk, papa, eigenlijk is het toch ook niet vervelend."

„Gij, goed, gehoorzaam, gewillig kind!" riep St. Clare, haar omhelzende, „ga heen en bid voor mij."

„Dat doe ik altijd," verklaarde het kind, terwijl zij haar moeder in het rijtuig volgde.

Sluiten