Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En waarom dat?" vervolgde St. Clare, haar het hoofd streelende.

„U weet het toch ook wel, papa, men heeft er dan zooveel meer rondom zich, om lief te hebben," verklaarde Eva, terwijl zij haar vader met een ernstigen blik aanzag.

„Nu, dat is juist weer op Eva's manier gesproken," zeide Marie; „dat is weer een van haar dwaze praatjes."

„Zijn dat dwaze praatjes, papa?" vroeg Eva fluisterend aan haar vader, terwijl zij op zijn knie klauterde.

„Een beetje dwaas bij 't geen de wereld gewoonlijk zegt," antwoordde St. Clare. „Maar waar is mijn kleine Eva al den tijd onder het eten geweest?"

„Och, ik ben in Oom Toms kamertje geweest, papa, en heb hem hooren zingen, en Tante Dinah heeft mij eten gegeven."

„Zoo, zoo, heb je Tom hooren zingen."

„O, ja! Hij zingt zoo heerlijk van het nieuwe Jeruzalem, van de schoone engelen, en van het land Kanaan, waarmede hij zeker Gods schoonen Hemel bedoelt."

„Dat is nog mooier dan de opera, niet waar, mijn kind?"

„Ja, veel mooier, en hij heeft beloofd, ze mij ook te zullen leeren."

„Wil hij je les in het zingen geven? Nu, je maakt groote vorderingen."

„Ja, hij zingt mij voor, en ik lees op mijn beurt in mijn Bijbel, en ziet u, dan legt hij mij uit wat er geschreven staat."

„Op mijn woord," riep Marie lachende uit, „dat is nu het grappigste, dat ik in den laatsten tijd heb hooren vertellen."

„Tom is inderdaad niet de minst geschikte om den Bijbel te verklaren dat verzeker ik je," zeide St. Clare. „Ik moest van morgen heel vroeg de paarden hebben, en sloop zachtjes naar Toms zolderkamertje boven den stal, en hoorde toen, hoe hij op zijn eentje godsdienstoefening

Sluiten