Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hield, en waarlijk, ik moet bekennen, dat ik in langen tijd zulk een vurig gebed niet hoorde, dan dat van Tom. Hij bad ook voor mij, en dat met een apostolischen ijver."

„Misschien wist hij wel, dat je stond te luisteren. Ik weet, dat zulke streken vroeger wel meer zijn begaan," merkte Marie schamper aan.

„Indien hij dat deed, dan was hij zeker op dat oogenblik niet heel leep," hernam St. Clare, „want hij sprak op een zeer moedigen toon. Tom scheen stellig te denken, dat er nog veel aan mij te verbeteren was, en het bleek zijn ernstige wensch te zijn, dat ik mij toch spoedig mocht bekeeren."

„Ik hoop, dat je dit dan ook ter harte nemen zult," zeide juffrouw Ophelia.

„Het schijnt, dat je met Tom van hetzelfde gevoelen zijt," antwoordde St. Clare. „Nu, wij zullen zien, wij zullen zien, niet waar, Eva?"

HOOFDSTUK IX.

JUFFROUW OPHELIA'S ERVARINGEN EN GEVOELENS.

Onze vriend Tom vergeleek in zijn eigen eenvoudige overdenkingen het gelukkige lot, dat hem na het verlaten van het geliefkoosde Kentucky ten deel gevallen was, met dat van Jozef in Egypte, en deze overeenkomst werd inderdaad in den loop des tijds, en hoe meer hij zich onder het oog van zijn meester ontwikkelde, met iederen dag sterker.

St. Clare was zorgeloos en verkwistend met zijn geld. Tot nu toe was het inkoopen en al de huiselijke uitgaven geheel overgelaten geworden aan Adolf, die even onbe-

Sluiten