Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik zou wel eens willen weten, wat verstand de dames van werken hebben. Wanneer zou massa ooit zijn maaltijd klaar krijgen, indien ik al mijn tijd met het wasschen en wegbergen der schotels zou verspillen? Juffrouw Marie heeft mij nog nooit naar zulke dingen gevraagd.''

„Zie, hier heb ik eenige uien."

„Wel, ja zeker. Nu schiet het mij weer te binnen, dat ik die daar had neergelegd; maar ik had het vergeten. Het is een bizonder soort van uien, die ik juist nu gebruiken wilde. Het was mij ontgaan, dat ik ze in dat oude stuk flanel had gewikkeld."

Juffrouw Ophelia toonde haar de papieren zakjes met specerijen.

„O, missis, kom daar niet aan! Ik mag gaarne zulke dingen op een plaats hebben, waar ik ze altijd vinden kan," zeide Dinah, op eenigszins meesterachtigen toon.

„Maar er behoeven toch geen gaten in de zakjes te zijn."

„Dan kan men er zooveel te gemakkelijker mede strooien," antwoordde Dinah.

„Maar je ziet toch wel, hoeveel er op die wijze in de lade verloren gaat?"

„Hm! ja, indien missis er zoo mede schudden wil, dan zeker. Missis heeft er al een heele boel uit laten vallen," zeide Dinah, terwijl zij verdrietig op de lade toetrad. „Als missis maar zoolang op haar kamer blijven wil, totdat het tijd van schoonmaken is, zal ik zorgen dat alles op zijn plaats is; maar ik kan niets doen, wanneer mij de dames zoo om de handen loopen. Heidaar Sam, geef jij dien suikerpot niet aan het kind; ik zal je leeren, als je niet oppast."

„Ik zal de keuken nazien en alles voor éénmaal in in orde brengen, Dinah, en dan hoop ik, dat je er voor zult zorgen, dat het zoo blijft."

„Hoor nog eens even, juffrouw Phelia; dat is eigenlijk toch geen werk voor een dame zooals gij! Ik heb dat

Sluiten