Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X.

VERVOLG VAN HET VOORGAANDE.

„Tom, je behoeft de paarden niet in te spannen," zeide Eva. „Ik wil liever niet uitgaan."

„En waarom niet, jongejuffrouw Eva?"

„Ach, zulke dingen maken me bedroefd, Tom," antwoordde Eva. „Zij treffen mij diep in het hart," herhaalde zij op ernstigen toon. Ik wil niet uitgaan." En met deze woorden keerde zij zich van hem af en ging in huis.

Een paar dagen later kwam er een andere vrouw, in de plaats van de oude Prue, om de beschuiten te brengen. Juffrouw Ophelia was toevallig in de keuken.

„Och, Heer," riep Dinah uit, „wat is er van de oude Prue geworden?"

„Prue zal hier niet meer komen," zeide de vrouw op een geheimzinnigen toon.

„En waarom niet?" vroeg Dinah. „Zij is toch niet dood?"

„Wij weten dat eigenlijk niet recht. Zij bevindt zich beneden in den kelder," antwoordde de vrouw, een zijdelingschen blik op juffrouw Ophelia werpend.

Nadat juffrouw Ophelia de beschuiten had aangenomen, volgde Dinah de vrouw naar de deur.

„Zeg mij nu toch," vroeg zij, „wat is dat met Prue?"

De vrouw scheen begeerig, doch tevens aarzelend om te spreken, maar antwoordde ten laatste op een zachten, veel beteekenenden toon:

„Nu, hoor eens, je moet het aan niemand vertellen. Prue was weder dronken, en toen heeft men haar in den kelder gezet, en haar daar een heelen dag alleen gelaten, en nu is zij dood."

Dinah sloeg de handen ineen, en toen zij zich omkeerde,

Sluiten