Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag zij dicht naast zich de tengere gestalte van Evangeline, uit wier oogen de vreeselijkste ontzetting sprak, en uit wier lippen en wangen alle bloed scheen geweken.

„God help ons! jongejuffrouw Eva wordt ziek!" riep zij uit. „Hoe konden wij toch ook zoo onvoorzichtig wezen om in haar tegenwoordigheid over zulke akelige dingen te spreken? Haar papa zal erg boos zijn."

„Neen, Dinah, ik word niet ziek," zeide het meisje met een vaste stem. „En waarom zou ik niet mogen hooren wat je zegt? Het is voor mij zoo zwaar niet om het te hooren, als voor de arme Prue om het te lijden."

„Och, neen, zulke teere, jonge dames mogen die vreeselijke geschiedenissen niet hooren; ze zouden haar van schrik den dood kunnen aandoen."

Eva zuchtte diep en ging langzaam en droefgeestig de trap op.

Juffrouw Ophelia deed nauwkeurig onderzoek naar de geschiedenis der arme Prue. Dinah gaf daarvan een zeer uitgebreid verslag, waarbij Tom de bizonderheden voegde, die hij uit haar mond vernomen had op den morgen, dat hij een eindweegs met haar was meegegaan.

„Een afschuwelijk voorval! — schandelijk, verschrikkelijk is het!" riep juffrouw Ophelia uit, toen zij de kamer binnentrad, waar St. Clare in zijn nieuwsblad zat te lezen.

„Welke onrechtvaardigheid heeft er nu weer plaats gehad?" vroeg hij.

„Welke onrechtvaardigheid? Niet anders, dan dat zij de arme Prue hebben dood gegeeseld," antwoordde juffrouw Ophelia, terwijl zij hem de geschiedenis haarklein vertelde en bij enkele der meest schokkende bizonderheden zoo lang mogelijk bleef stilstaan.

„Ik dacht het wel, dat het eindelijk zoo ver met haar zou komen," zeide St. Clare, terwijl hij met het lezen van zijn courant voortging.

„Je dacht! ja, maar ben je niet voornemens iets anders

Sluiten