Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met Alfred had en vader mij streng aanzag, dan was ik gewoon de vlucht naar moeders kamer te nemen en mij bij haar neder te zetten. Ik weet het nog zoo goed, hoe zij mij dan placht aan te zien met haar bleek gelaat en haar groote, zachte, ernstige oogen. Zij bezat groote talenten, vooral muzikale; dikwijls plaatste zij zich aan haar huisorgel, en speelde schoone, verhevene oude muziek, terwijl ik dan mijn hoofd op haar schoot legde, en weende en droomde, en dingen en gewaarwordingen gevoelde, voor welke ik geen woorden vinden kon.

„In die dagen werd er nooit zoo over de slavernij gesproken gelijk dat tegenwoordig geschiedt; niemand droomde toen, dat er eenig kwaad in gelegen was.

„Mijn vader gebruikte omstreeks vijfhonderd negers; hij was een voortvarend man, met een onverzettelijk karakter; — alles moest naar orde en regel gaan, en alle mogelijke nauwgezetheid en stiptheid moesten daarbij in. acht genomen worden.

„Hij had een opziener, een groot, forsch, sterk gespierd man, die langzamerhand in hardvochtigheid en onbeschaamdheid het hoogtepunt had bereikt. Mijn moeder kon hem niet dulden, en ik evenmin; maar hij had een bepaalden invloed op mijn vader, en zoo was hij eigenlijk baas op diens goederen.

„Ik was toen nog maar een jonge knaap, doch reeds in dien tijd koesterde ik evenals thans vurige liefde voor alle menschelijke wezens — een soort van hartstocht voor de studie der menschheid, om 't even in welke gedaante * zij zich aan mij voordeed. Men vond mij in de negerhutten en dikwijls te midden der arbeiders op het land; ik stond derhalve bij de meesten in groote gunst, en alle soorten van klachten en grieven klonken mij in de ooren, die ik aan mijn moeder overbracht en wij vormden met elkander een soort van bond tot herstel dier grieven, indien dat mogelijk was. Wij voorkwamen een

Sluiten