Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beefde. „Dit kind," vervolgde hij, „moest eigenlijk van zulke dingen niet hooren; — zij is te zenuwachtig.

„Neen, papa, ik ben niet zenuwachtig," antwoordde Eva, terwijl zij plotseling een zelfbeheersching liet blijken, die vreemd was bij zulk een jong kind. „Ik ben niet zenuwachtig; maar zulke dingen treffen mij diep in het hart."

„Wat meent gij daarmede, Eva?"

„Ik kan het u niet zeggen, papa. Ik heb zooveel zonderlinge gedachten in mijn hoofd. Misschien zal ik u die later kunnen zeggen."

„Nu denk maar voort mijn lieve; maar schrei niet, en maak papa niet bedroefd," zeide St. Clare. „Zie eens, welk een kostelijke perzik ik voor je heb meegebracht."

Eva nam die aan en glimlachte, ofschoon de hoeken van haar mond zich nog steeds krampachtig bewogen. „Kom, ga eens naar de goudvisschen zien," zeide St. Clare, haar bij de hand nemende en met haar naar de veranda gaande. Eenige oogenblikken daarna hoorde men een vroolijk lachen door de zijden gordijnen klinken, terwijl Eva en St. Clare elkander met rozen wierpen en met elkaar op het plein stoeiden.

Onze goede, nederige vriend Tom schijnt gevaar te loopen, vergeten te worden bij de lotgevallen van de voornamere menschen; maar indien gij mij wilt volgen naar een klein vertrekje boven den stal, dan zult gij misschien weder iets naders van hem hooren. Het is een net en zindelijk kamertje met een bed, een stoel, een kleine ruwe lessenaar, waarop Toms Bijbel en gezangboek liggen, en waarbij hij thans zit met zijn lei voor zich, terwijl hij zich de eene of andere taak schijnt voorgenomen te hebben, die hem veel hoofdbreken kost.

Sluiten