Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Missis zeide, dat zij geld voor mij zou overzenden, zoodra zij zooveel bij elkander krijgen kon als noodigis," zeide Tom, „en ik geloof wel dat zij dit doen zal. De jongeheer George heeft ook gezegd, dat hij zou komen om mij terug te halen, en hij heeft mij dezen dollar gegeven als een onderpand dat hij komen zou."

En Tom haalde den kostelijken dollar van onder zijn kleederen te voorschijn en toonde dien aan Eva.

„O, dan zal hij zeker komen!" zeide Eva. „Ik ben zoo blij !"

„En ziet gij, ik wilde zoo gaarne een brief schrijven, om hen te zeggen waar ik ben en aan de arme Chloé doen weten, dat ik het hier goed heb, omdat zij zoo ongerust was, de arme ziel, toen ik weg moest."

„Dat geloof ik gaarne, Tom! riep St. Clare die op dit oogenblik de deur binnentrad.

Tom en Eva keken verwonderd op.

„Wat voer je hier uit?" vroeg St. Clare, terwijl hij nader trad en de oogen op de lei vestigde.

„Wij zijn bezig met een brief. Ik help hem om dien te schrijven," antwoordde Eva. „Wordt het niet mooi, papa?"

„Ik wil je geen van beiden moedeloos maken," zeide St. Clare; „maar mij dunkt, Tom, dat het beter was, indien je mij den brief liet schrijven. Ik zal het doen, zoodra ik van mijn rit weder thuis kom."

„Het is bepaald noodig, dat hij schrijft," zeide Eva, „omdat zijn meesteres geld wil zenden om hem vrij te koopen, begrijpt u, papa? Hij heeft mij gezegd, dat zij hem dit beloofd heeft."

St. Clare dacht bij zich zelf, dat dit niet meer was dan een dier beloften, welke goedhartige meesters gewoon zijn aan hun verkochte slaven te doen, om hun angst en smart daardoor in het laatste oogenblik der scheiding te verzachten, zonder dat echter ooit bij hen het voornemen bestaat, de opgewekte verwachting te verwezenlijken. Maar hij gaf evenwel zijn gedachten niet door woorden te kennen

Sluiten