Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar wat moGt dat alles nu beteekenen, Augustinus," vroeg Ophelia. „Je huis is reeds zoo vol van die kleine plaaggeesten, dat men bijna geen voet kan verzetten zonder er op

een te trappen. Toen ik dezen morgen opstond, zag ik er een achter de deur liggen te slapen en een tweede wollig, zwart noofd zag ik onder tafel uitsteken, terwijl een ander op de mat voor de deur lag, en zij grijnzen en krijschen tusschen trapleuningen en deurreten en tuimelen altijd over den vloer der keuken heen en weer. Waarom toch moest gij dit schepsel ook nog hier brengen ?"

„Om haar door je te doen opvoeden, zeide ik je immers. Je spreekt altijd zooveel van opvoeden, dat ik je een grooten dienst met zulk een ruw, onbewerkt geschenk meende te doen. Beproef nu eens, wat je met haar zult kunnen doen, en leer haar den weg, dien zij moet bewandelen."

»Ik begeer haar waarlijk niet; ik heb reeds meer met <de anderen te doen dan mij lief is."

„Het schijnt jelui Christenen ook gauw te veel te zijn. Je kunt genootschappen oprichten en enkele arme drommels van zendelingen wegsturen, om al hun deugden te verslijten te midden van zulke heidenen, als deze er een is. Maar ik mocht wel eens zien dat een uwer zulk een wezen bij zich in huis nam en zich de moeite getroostte om er mede om te gaan. Neen, als het zoo ver komt, dan noemt men het vuil en walgelijk en onaangenaam; zij kosten te veel zorg en moeite, enz., enz."

«Augustinus, je weet toch wel dat ik er zoo niet over denk, zeide juffrouw Ophelia op merkbaar zachter toon. „Wel, men zou het inderdaad als een zendingswerk kunnen beschouwen," vervolgde zij, terwijl zij haar blik met meer goedwilligheid op het kind richtte.

St. Clare had de rechte snaar aangeroerd, want julTrouw Ophelia's geweten was altijd dadelijk wakker. „Maar," vervolgde zij, „ik zie er waarlijk de noodzakelijkheid niet

OOM TOM. i n

Sluiten