Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van in om deze nog aan te koopen, er zijn er hier reeds genoeg in je huis, om mijn tijd en mijn bekwaamheden aan te besteden.

„Welnu dan, mijn waarde nicht," zeide St. Clare, terwijl hij haar ter zijde trok, „ik moet je verschooning vragen voor mijn onbeduidende redeneeringen. Gij zijt in alles zoo goed, dat al mijn woorden niet te pas komen. Om de waarheid te zeggen, behoorde dit kind aan een paar dronken schepsels, die een gemeene herberg houden, welke ik iederen dag voorbij moet, en het verveelde mij om langer haar gejammer aan te hooren, wanneer zij zoo geslagen en verwenscbt werd. Zij zag er tevens zoo' schrander en schalks uit, dat men naar mijn meening wel iets van haar zou kunnen maken. Daarom kocht ik haar, met het voornemen om haar aan je af te staan. Beproef het nu eens om haar een goede, oprechte, NieuwEngelsche opvoeding te geven, en zie wat er van haar te maken is. Je weet, dat ik daartoe de gaven niet bezit, maar beproef eens, wat gij bij haar kunt uitwerken."

„Nu, ik zal dan doen wat ik kan," zeide Ophelia, en zij naderde haar nieuwe onderhoorige bijna op een wijze, als men van iemand zou verwachten, die op een zwarte spin toetreedt waarmede hij eenig welwillend oogmerk heeft.

„Maar zij is zoo vreeselijk morsig en bijna half naakt!" klaagde juffrouw Ophelia.

„Welnu, ga dan met haar naar beneden en laat een der bedienden haar reinigen en kleeden."

Juffrouw Ophelia bracht haar naar de keuken.

„Ik begrijp niet, wat massa St. Clare met nog meer negers doet," zeide Dinah, terwijl zij de nieuw aangekomene met geen al te vriendelijken blik aanzag. „Ik weet wel, dat ik haar niet altijd in de keuken hebben wil."

„Bah!" riepen Rosa en Jane met den grootsten afkeer uit, „zij mag wel zorgen, dat zij ons niet in den weg

Sluiten