Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bedoelde jonge schepsel hoorde al deze redeneeringen aan met het treurige bedrukte gelaat, dat haar eigen scheen te zijn, doch begluurde tevens steeds met een scherpen, schuinschen blik uit haar flikkerende oogen de sieraden, die Jane in haar ooren droeg. Toen haar eindelijk een zindelijk kleed aangetrokken en het haar kort afgesneden was, zeide juffrouw Ophelia met eenige zelfvoldoening, dat Topsy er veel „Christelijker" uitzag dan straks, en in haar geest begonnen reeds eenige plannen nopens haar verdere opleiding op te komen.

Na zich bij haar neergezet te hebben, begon zij het kind te ondervragen.

„Hoe oud ben je, Topsy?"

„Ik weet niet, missis," antwoordde zij met een grijnslach, waardoor zij al haar witte tanden zien liet.

„Weet je niet hoe oud je bent? Heeft niemand je dat nog ooit gezegd? Wie was dan je moeder?"

„Ik had nooit een moeder," zeide het kind, opnieuw lachende.

„Had je nooit een moeder? Wat meen je daarmede? Waar werd je geboren?"

„Ik werd nooit geboren," verzekerde Topsy, al grijnslachende.

„Je moet niet op zulk een toon antwoorden, kind," zeide juffrouw Ophelia met eenige gestrengheid. „Je moet niet denken, dat ik met je speel! Zeg mij waar je geboren bent en wie je ouders waren?"

„Ik werd nooit geboren," riep het meisje driftiger uit, „had nooit vader of moeder of zoo iets, Oude Tante Sué was gewoon op ons te passen."

„Hoelang ben je bij je meester en je meesteres geweest?"

„Weet niet missis."

„Een jaar, of korter of langer?"

„Weet niet, missis."

„Heb je wel ooit iets van God gehoord, Topsy?"

Sluiten