Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, missis, waarlijk niet; ik heb het niet gedaan; ik heb het nooit eerder dan nu gezien."

„Topsy!" zeide juffrouw Ophelia, „weet je niet hoe schandelijk het is te liegen?"

„Ik lieg nooit, juffrouw Feely," antwoordde Topsy met het onschuldigste gezicht. „Ik heb u de zuivere waarheid gezegd, geloof mij, missis, niets anders."

„Topsy, ik zal je slaag laten geven, indien je nog langer zoo liegt."

„Ach, missis, al liet missis mij ook alle dagen slaag geven, dan zou ik niet anders kunnen zeggen," verzekerde Topsy, die nu begon te schreien. „Ik heb dat lint nooit gezien; het moet zeker bij toeval in mijn mouw zijn gekomen. Juffrouw Feely moet het op het bed hebben laten liggen, en zoo is het in de lakens en later in mijn mouw gekomen."

Juffrouw Ophelia was zoo verontwaardigd over deze onbeschaamde leugen, dat zij het meisje bij den arm vatte en haar geweldig heen en weer schudde.

Deze beweging deed ook de handschoenen uit de andere mouw van Topsy's jurk op den grond vallen.

„Ziedaar dan nu, ondeugend meisje!" riep Ophelia toornig uit. „Zal je nu nog volhouden, dat je het lint niet gestolen hebt?"

Topsy beleed den diefstal van de handschoenen, maar bleef dien van het lint ontkennen.

„Hoor, Topsy," zeide Ophelia eindelijk, „indien je nu nog alles wilt bekennen, dan zal ik je voor dezen keer niet straffen." Na deze belofte ontvangen te hebben, beleed Topsy het, dat zij lint en handschoenen had willen ontvreemden, en toonde daarbij het levendigste berouw over het bedreven kwaad.

„Komaan, vertel mij nu alles. Ik geloof stellig, dat je ook nog andere dingen hebt weggenomen, sedert je hier in huis bent, want ik heb je gisteren den geheelen dag alleen laten rondloopen. Zeg mij dus wat je al meer gestolen hebt, dan krijg je ook geen straf."

Sluiten