Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van haar verschillende rassen: het Europeesche, sinds eeuwen aan beschaving, aan gebieden, aan lichamelijke en zedelijke opvoeding gewoon, het Afrikaansche, sedert eeuwen onderworpen aan en veroordeeld tot verdrukking, arbeid, onkunde en ondeugd !

Misschien werd Eva's geest in die oogenblikken wel door soortgelijke gedachten beziggehouden. Maar de gedachten van een kind zijn zoo zwevend, zoo onbepaald, en in Eva's edele natuur worstelde iets waaraan zij geen uitdrukking kon geven. Toen jufïrouw Ophelia in het breede uitweidde over het goddeloos, ondeugend gedrag van Topsy, zag zij er zeer bedrukt en verslagen uit, doch merkte vriendelijk aan:

„Arme Topsy, waarom moest je stelen? Ik wil je veel liever iets van het mijne geven, dan te zien dat je steelt."

Dat waren de eerste vriendelijke woorden, die het kind ooit van haar leven zich had hooren toespreken. Op een zonderlinge, maar sterke wijze werd dat ruwe, verwilderde hart getroften door dien zachten toon en die vriendelijke behandeling en er welde iets, dat naar een traan geleek, in haar ronde, scherpe, schitterende oogen; maar weldra volgde een korte lach en de gewone grijns. Neen, het oor, dat nooit iets anders dan harde woorden en beschuldigingen heeft gehoord, is wantrouwend tegenover zoo iets hemelsch als goedheid, en Topsy beschouwde Eva's toespraak als niets anders dan een onverklaarbare aardigheid, en zij kon zich niet verbeelden, dat die van harte gemeend was.

Maar wat zou er met Topsy worden aangevangen? Juffrouw Ophelia beschouwde dit als een netelige zaak, waarmee zij geen raad wist; haar gewone regels van opvoeding schenen hier van geen toepassing te zijn. Zij besloot, zich tijd tot bedaard nadenken te gunnen, en om dien te winnen, en in de hoop, dat er nog de een of andere onbepaalde zedelijke deugd hier of daar in een donkeren hoek verborgen mocht wezen, sloot juffrouw Ophelia Topsy

Sluiten