Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luchtsprong, en toonde op allerlei manieren, dat zij zich op deze heerlijke onderscheiding niet weinig verhoovaardigde.

Juffrouw Ophelia hield zich des Zondags met allen mogelijken ernst bezig om Topsy den catechismus te leeren. Het meisje had een bizonderen aanleg om woorden van buiten te leeren en zeide haar lessen op met een vlugheid, waardoor haar onderwijzeres zich niet weinig voelde aangemoedigd.

„Maar welk goed denk je, dat dit haar zal doen ?" vroeg St. Clare eens aan zijn nicht.

„Wel, het is altijd goed voor kinderen, dat zij den catechismus leeren. Het is iets dat voor hen steeds van groot nut is, weet ge" antwoordde juffrouw Ophelia.

„Om 't even of zij hem verstaan of niet?" vervolgde St. Clare.

„Och, kinderen begrijpen hem op dien leeftijd nooit; maar wanneer zij ouder worden, zullen zij er aan beginnen te denken."

„Ik heb den mijnen geheel en al vergeten," zeide St. Clare, „ofschoon ik gaarne bekennen wil, dat je hem mij met alle mogelijke vlijt hebt ingeprent, toen ik nog een jongen was."

„Je waart altijd een ijverig leerling, Augustinus, en ik had de grootste verwachtingen van je," antwoordde juffrouw Ophelia ernstig.

„En heb je die dan nu niet meer?" schertste St. Clare.

„Ik wenschte, dat je nu nog even goed waart als vroeger in je jongensjaren, August."

„En ik ook, geloof mij, waarde nicht," zeide St. Clare, altijd op denzelfden toon. „Welnu, ga voort met Topsy den catechismus te leeren; misschien kan je nog wel iets goeds van haar doen groeien."

Topsy, die gedurende dit geheele gesprek als een zwart standbeeld met ootmoedig gevouwen handen was biijven staan, vervolgde op een wenk van juffrouw Ophelia:

Sluiten