Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eva was daarmede niet voldaan, maar zag wel, dat het vruchtelooze moeite zou zijn, haar knappen neef te doen begrijpen wat zij gevoelde.

Dodo verscheen spoedig daarna met de paarden.

„Wel, Dodo, nu heb je het voor dezen keer eens goed gemaakt," zeide zijn jonge meester op vriendelijken toon. „Komaan, houd jongejuffrouw Eva's paard vast, terwijl ik haar in den zadel help."

Dodo hield Eva's hit vast. Men kon het aan zijn oogen zien, dat hij geschreid had.

Henrique, die zich niet weinig op zijn fijne manieren liet voorstaan, had zijn mooi nichtje weldra in den zadel geholpen, en na de teugels bij elkaar gevat te hebben, gaf hij haar die in handen.

Maar Eva boog zich naar de andere zijde van het paard, waar Dodo stond, en zeide toen hij het paardje losliet: „Je bent een goede jongen, Dodo ik dank je."

Dodo keek met verbazing naar het schoone gelaat; het bloed vloog hem naar de wangen en de tranen kwamen hem in de oogen.

„Hier, Dodo!" riep zijn jonge meester gebiedend.

Dodo sprong op om het paard van Henrique vast te houden, terwijl deze in den zadel sprong.

„Daar heb je wat om klontjes voor te koopen. Dodo! Ga maar heen om ze te halen," zeide Henrique.

Na deze woorden reed hij achter Eva de laan af, terwijl Dodo de beide kinderen stond na te kijken. De een had hem geld gegeven; van het andere had hij ontvangen wat hij veel liever had; een zacht en vriendelijk woord.

Slechts weinige maanden was het geleden dat Dodo van zijn moeder verwijderd was geworden. Zijn meester had hem in een verkoophuis van slaven om zijn knap gezicht gekocht tot oppasser van het fiere paard, en nu werd hij door zijn jongen gebieder gedresseerd.

Sluiten