Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gansche tooneel was door de beide broeders St. Clare uit een prieel in een ander gedeelte van den tuin gadegeslagen.

Augustinus gloeide van verontwaardiging, maar hij merkte slechts met zijn gewone spottende onverschilligheid aan: „Mij dunkt, dat wij dit een republikein sche opvoeding mogen noemen, niet waar Alfred?"

„Henrique heeft een driftig karakter, als zijn bloed heet wordt," antwoordde Alfred even achteloos.

„Ik geloof dat gij dit als een zeer leerzame oefening voor hem beschouwt," hernam Augustinus droog.

,.De schuld ligt waarlijk niet aan mij. Henrique is een opgewonden standje; zijn moeder en ik hebben reeds sedert lang opgegeven hem te veranderen. Maar die Dodo is ook een rechte stijfkop, en een goed pak ransel zal hem geen kwaad doen."

„Jongelui, opgevoed als Henrique, zullen beste wachters van de kruitmagazijnen wezen," zeide Augustinus spottend; „zij zijn zoo koel, zoo vol zelfbeheersching. Het spreekwoord bij ons zegt: „Zij, die zich zeiven niet kunnen bedwingen, kunnen ook ander niet beheerschen."

„Daarin ligt de groote zwarigheid," antwoordde Alfred, in gedachten verzonken. „Het lijdt geen twijfel, dat het moeielijk is, kinderen behoorlijk op te voeden bij ons stelsel. Het geeft aan de driften te vrijen teugel, die in ons klimaat al vurig genoeg zijn. Ik heb moeite met Henrique. De jongen is edelmoedig en heeft een goed hart, maar als hij driftig wordt is hij een echte dolleman. Ik geloof, dat ik hem naar het Noorden zal sturen om daar te worden opgevoed, wat daar zooveel beter zal gaan, omdat hij er meer met zijns gelijken dan met ondergeschikten zal omgaan."

„Dewijl de opvoeping der kinderen een hoofdwerk is bij het menschelijk geslacht," zeide Augustinus, „verdient

Sluiten