Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neerdrukt. Het is onmogelijk voor een enkel man om zich tegen de handelwijze van zoovelen te verzetten. Wanneer de vrijmaking iets goeds zal doen, dan moet de staat zich daarmede bemoeien, of zij moet ten minste met vereenigde krachten worden doorgezet."

„De eerste zet is aan jou," zeide Alfred, en weldra waren de beide broeders geheel in het spel verdiept en hoorden of zagen niets van 't geen er rondom hen voorviel, totdat zij het getrappel van paarden onder de veranda vernamen.

„Daar komen de kinderen," riep Augustinus uit terwijl hij opstond. „Zie toch eens, Alfred, heb je ooit iets aardigers gezien?" En inderdaad, het was een aardig gezicht. Henrique met zijn trotschen blik, zijn groote, donkere oogen en gloeiende wangen, lachte vroolijk, naar zijn bevallig nichtje, terwijl zij het pad kwamen oprijden. Zij droeg een blauw rijkleed met een hoed van dezelfde kleur. Het ritje had den blos op haar gelaat verhoogd, en deed haar bijzonder doorschijnend teint en haar goudblonde lokken meer uitkomen.

„Wat is zij mooi!" riep Alfred uit. „Ik zeg je, Augustinus, dat zij spoedig menig hoofd op hol zal brengen."

„Dat is zeer goed mogelijk, en God weet, hoezeer ik mij daarvoor bevreesd maak," antwoordde St. Clare met een plotseling opkomende droefgeestigheid, terwijl hij naar beneden snelde, om Eva van het paard to lillen.

„Eva, mijn lieveling, ben je niet moe?" vroeg hij, terwijl hij het meisje in zijn armen klemde.

„Neen papa," antwoordde het kind; maar haar korte versnelde ademhaling verontrustte haar vader niettemin.

„Maar hoe kon je ook zoo hard rijden, lieve? Je weet immers, dat dit niet goed voor je is!"

„Ik gevoelde mij zoo goed en vond het zoo prettig. Ik vergat, dat ik niet hard rijden mocht."

St. Clare droeg haar op zijn armen naar de voorkamer en legde haar op de sofa neer.

Sluiten