Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom dan jongejuffrouw Eva?"

„Omdat ik dit ook gevoel."

„Wat meen je, jongejuffrouw Eva? Ik begrijp je niet."

„Ik kan het je niet zeggen, Tom; maar toen ik die arme menschen op de boot zag, waar wij elkander leerden kennen, zag ik, dat sommigen hun moeders en anderen haar echtgenooten hadden verloren, en sommige moeders schreiden om haar kleine kinderen, en later hoorde ik de geschiedenis van de ongelukkige Prue — was dieniet vreeselijk? En nog zooveel andere malen gevoelde ik, dat ik blij zou wezen, wanneer ik sterven ging, indien mijn dood maar een einde aan hun ellende maakte. Ik zou gaarne voor hen sterven, indien ik kon, Tom," zeide Eva ernstig, terwijl zij haar kleine hand op de zijne legde.

Tom zag het kind met stomme verbazing aan, en toen zij bij het hooren van de stem haars vaders wegsloop, wischte hij zijn oogen verscheidene malen af, en staarde haar na, zoolang hij haar kon zien.

„Het zal niet baten, of men al beproeft om jongejuffrouw Eva hier te houden," zeide hij tot Mammy, toen hij die een oogenblik later ontmoette; ,,de Heer heeft haar aan 't voorhoofd geteekend."

„Ach, ja, ja!" antwoordde Mammy, haar handen vouwende, „ik heb dat altijd gezegd. Zij was nooit van haar leven zooals andere kinderen; er was iets zoo buitengewoons in haar oogen. Ik heb het missis zoo dikwijls gezegd, dat het zoover zou komen — wij zien het nu allen — klein, dierbaar gezegend lam!"

Eva trippelde de trap van de veranda op, om naar haar vader te gaan. Het was laat in den namiddag en de stralen der zon vormden een soort van lichtkrans om haar heen, toen zij daar heen zweefde in haar wit gewaad, met haar gouden lokken en gloeiende wangen, terwijl haar oogen op een onnatuurlijke wijze schitterden, een gevolg van de sluipende koorts, die in haar aderen brandde.

Sluiten