Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en nogmaals geleerd; ik heb met haar geproken, totdat ik er moede van was; ik heb haar gekastijd en haar gestraft op iedere wijze die ik maar bedenken kon, en toch is zij nog niets beter dan toen zij eerst bij mij kwam."

„Kom hier, Topsy, aap, die je bent!" beval St. Clare, het kind tot zich roepende.

Topsy kwam; haar ronde, strakke oogen glinsterden en flikkerden door een mengeling van vrees en de gewone guitachtigheid.

„Waarom doe je zulke dingen?" vroeg St. Clare, die niet kon nalaten zich te vermaken met de uitdrukking van het gelaat van het kind.

„Ik geloof omdat mijn hart zoo boos is," antwoordde Topsy ootmoedig, „juffrouw Feely zegt dit tenminste."

„Maar zie je dan niet, hoeveel juffrouw Ophelia voor je gedaan heeft? Zij zegt, dat zij alles heeft beproefd, wat zij maar kan uitdenken."

„Och Heer, ja, massa; mijn oude missis zeide dat zij dit ook deed. Zij sloeg mij wel tienmaal harder; zij trok mij aan de haren en gooide mij met het hoofd tegen den muur; maar toch heeft het mij geen goed gedaan. Ik geloof, dat al trok men mij ook een voor een de haren uit het hoofd, ik er toch niet beter van worden zou. Ik ben zoo goddeloos! O, Heer, ik ben immers ook maar een negerin, anders niet."

„Nu, ik moet het waarlijk met haar opgeven," zeide juffrouw Ophelia; „ik kan dat verdriet niet langer dragen."

„Hoor eens, nicht, ik zou je gaarne een vraag willen doen," zeide St. Clare.

„En die vraag is?"

„Indien je Evangelie niet sterk genoeg is om één heidensch kind te redden, dat je bij je in huis hebt, en aan 't welk je al je krachten kunt toewijden, wat baat het dan, een paar arme zendelingen onder duizenden van deze zelfde soort uit te zenden? Ik geloof dat dit kind

Sluiten