Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rede. „Indien ik een andere huid kon krijgen en blank worden, dan zou ik willen beproeven om goed te zijn."

„Maar de menschen kunnen je toch wel liefhebben, ofschoon je zwart bent. Ook juffrouw Ophelia zou je liefhebben, als je maar goed waart."

Topsy grinnikte op haar eigenaardige manier, waarmede zij haar ongeloovigheid te kennen wilde geven.

„Geloof je mij niet?" vroeg Eva.

„Zij kan mij niet dulden omdat ik een negerin ben; zij zou even licht een pad liefhebben. Er is niemand, die de negers kan liefhebben, en de negers kunnen niets doen. Het kan mij niets schelen en ik geef er niets om," vervolgde Topsy, terwijl zij begon te fluiten.

„O, Topsy, arm kind, ik heb je lief!" zeide Eva met een plotselinge opwelling van gevoel, terwijl zij haar teedere, blanke hand op Topsy's schouder legde. „Ik heb je lief, omdat je vader noch moeder hebt gehad, omdat je zonder vrienden bent; omdat je een arm en verwaarloosd kind bent geweest! Ik heb je lief en zou zoo gaarne wenschen, dat je een goed kind waart. Ik ben zeer zwak, Topsy, en ik geloof, dat ik niet lang meer leven zal, en het doet mij waarlijk leed, dat je je zoo ondeugend gedraagt. Ik wenschte, dat je wildet trachten goed te zijn, al was het ook maar om mijnentwil, want ik zal nog slechts een korte poos bij je zijn."

De ronde, scherpe oogen van het zwarte kind vloeiden over van tranen; groote, heldere droppels rolden de een na den ander langs haar wangen en vielen op de kleine, vermagerde hand. Ja, in dat oogenblik had een straal van werkelijk geloof, een straal van liemelsche liefde de duisternis van haar heidensche ziel doordrongen. Zij boog het hoofd op haar knieën; zij weende en snikte, terwijl het schoone kind, dat over haar stond heengebogen, een engel des lichts geleek, neergedaald om een verdoolden zondaar te redden.

Sluiten