Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kieten, welke in dat klimaat zoo lastig zijn vooral voor slapenden. De sierlijke rustbanken van bamboes waren rijkelijk belegd met kussens van rooskleurig damast, terwijl daarboven door de handen van gebeeldhouwde figuren, gazen gordijnen, gelijk aan die van het ledikant, werden uitgespreid. Een lichte, smaakvolle tafel stond in het midden van het vertrek, waarop een wit marmer vaas in den vorm van een lelie met haar knoppen stond, die altijd met levende bloemen was gevuld. Op deze tafel lagen tevens Eva's boeken en haar speelgoed, benevens een fraai bewerkte schrijfcasette, die haar vader voor haar had gekocht, toen hij zag met hoeveel lust zij zich op het schrijven toelegde. Op den marmeren schoorsteenmantel stond een kostbaar Christusbeeld, de kinderen zegenend, en een marmeren vaas aan iedere zijde, die Eva eiken morgen van versche bloemen voorzag. Twee of drie heerlijke schilderijen van kinderen in verschillende houding versierden de wanden van het vertrek. Kortom, de oogen konden zich nergens heen wenden zonder de zinnebeelden van jeugd, schoonheid en liefelijkheid te ontmoeten. Nimmer opende Eva bij het krieken van het morgenlicht haar oogen, of zij vielen op het een of ander voorwerp, 't welk aangename en vroolijke gedachten in haar ziel deed opwellen.

De bedriegelijke schijn van beterschap, die zich in den laatsten tijd voor een korte poos bij Eva had vertoond, werd met iederen dag flauwer. Hoe langer hoe zeldzamer hoorde men haar luchtige voetstappen in de veranda; bijna altijd zag men haar op haar kleine rustbank voor het venster liggen, met de groote, sprekende oogen op de golven van het meer gericht.

Het was omstreeks het midden van den dag. Zwak en afgemat lag Eva op haar rustbed; de Bijbel lag vóór haar opgeslagen en haar vermagerde, doorschijnende vingers rustten slap tusschen de bladen van het gewijde Boek.

Sluiten