Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar hoorde zij plotseling de luide, schelle stem harer moeder in de veranda roepen:

„Wat nu, jij deugniet! wat heb je nu weêr uitgevoerd ? Je hebt bloemen geplukt, niet waar?" en Eva vernam vervolgens het geluid van een stevige oorvijg.

„Ach, missis, zij waren voor jongejuffrouw Eva!" hoorde zij een andere stem klagen, in welke zij die van Topsy herkende.

„Jongejuffrouw Eva! een fraaie verontschuldiging! Meen je, dat zij jou bloemen noodig heeft, jij, gemeene negerin, die je bent? Maak dat je wegkomt!"

Binnen een oogenblik was Eva van haar rustbed en in de veranda.

„O, laat haar begaan, moeder! Ik zou de bloemen gaarne hebben; geef ze mij! Ik heb ze noodig!"

„Maar Eva, je hebt immers een geheele kamer vol?"

„Ik heb er nimmer te veel," antwoordde Eva. „Topsy," vervolgde zij, zich tot de kleine slavin wendende, „breng mij de bloemen."

Topsy die totnogtoe met neergebogen hoofd en verslagen houding voor haar meesteres had gestaan, deed nu een schrede voorwaarts, en bood Eva de bloemen aan. Zij deed dit met een aarzelenden en verlegen blik, die zonderling bij haar gewone stoutheid en vrijpostigheid afstak.

„O wat een prachtige bouquet!" zeide Eva, de bloemen bezichtigende.

Het was eerder een zeer zonderlinge ruiker, bestaande uit helle geraniums en eenvoudige witte japonica, met haar schitterende bladeren. De bloemen waren zichtbaar gekozen met het oog op het groote verschil der kleuren, en ieder blad was met de grootste zorg gerangschikt.

Topsy zette een vergenoegd gelaat, toen Eva zeide: „Gij weet de bloemen zeer aardig te schikken Topsy;

OOM TOM.

Sluiten