Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondeugend meisje geweest, maar wil u mij ook niet een haarlok geven?"

„Ja, arme Topsy, zeker wil ik dat. Ziedaar, herinner je telkens als je haar ziet, dat ik je bemin en zoo gaarne wil, dat je een goed meisje wordt!"

„O, jongejuffrouw Eva, ik heb het beproefd I" zeide Topsy ernstig; ,,maar och, het is zoo moeielijk om goed te zijn! Ik geloof, dat ik het niet zal kunnen wezen."

„Jezus weet het, Topsy, en Hij heeft medelijden met je en zal je helpen."

Topsy, die haar gelaat met haar boezelaar bedekt hield, werd zwijgende door juffrouw Ophelia uit het vertrek geleid; maar terwijl zij heenging, verborg zij de onschatbare haarlok voor in haar kleed.

Nadat allen zich verwijderd hadden, sloot juffrouw Ophelia de deur. De goede vrouw had vele stille tranen gedurende dat tooneel geweend, maar bezorgdheid voor de gevolgen, welke het voorgevallene voor de kleine zieke zou kunnen hebben, deed haar haar eigen gevoel bedwingen.

St. Clare had gedurende al den tijd, waarin dit alles voorviel, met de handen voor de oogen gezeten, zonder een oogenblik van houding te veranderen. Ook nog nadat allen waren heengegaan, bleef hij zoo zitten.

„Papa!" zeide Eva vriendelijk, terwijl zij haar hand op de zijne legde.

Huiverend schrikte hij op, maar hij antwoordde niet.

„Lieve papa!" hernam Eva.

„Ik kan, ik kan het niet verdragen!" jammerde St. Clare, opstaande. „De Almachtige heeft zeer hard en bitter met mij gehandeld!" En hij sprak deze woorden inderdaad op een zeer bitteren toon uit.

„Augustinus, heeft God het recht niet, om met zijn eigendom te handelen, zooals Hem goeddunkt?" vroeg Ophelia ernstig.

Sluiten