Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat beteekent het eigenlijk, een Christen te zijn, Eva?"

„Den Heere Jezus boven allen en alles lief te hebben," antwoordde het meisje.

„Doe je dat dan, Eva?"

„Ja zeker bemin ik Hem zoo!"

„En toch heb je Hem nooit gezien!" merkte St. Clare aan.

„Dat doet er niet toe!" hernam Eva. „Ik geloof in Hem, en binnen eenige weinige dagen zal ik Hem zien." En bij deze woorden begonnen haar oogen van vreugde te schitteren.

St. Clare sprak niet meer. Dat was een gevoel, gelijk hij vroeger ook bij zijn moeder had opgemerkt; doch er was in zijn ziel geen enkele snaar, welke het deed trillen.

Van nu af aan nam Eva haastig af; er was geen twijfel meer aan haar nabijzijnden dood — zelfs de dwaaste hoop kon niet meer verblind worden. Haar fraai vertrek was geheel in een ziekenkamer veranderd, en juffrouw Ophelia vervulde dag en nacht de taak eener ziekenoppasseres, en nooit leerden haar vrienden haar waarde beter kennen dan in die dagen. Met haar vlugge hand en geoefend oog, met zooveel handigheid en kennis van alles wat maar iets tot netheid en gemak konde bijdragen; met zulk een juist inachtnemen van den tijd, zulk een helder hoofd, zooveel stiptheid bij het letten op alle voorschriften en aanwijzingen der geneesheeren, was juffrouw Ophelia inderdaad alles voor St. Clare. Zij, die vroeger glimlachend de schouders hadden opgehaald bij het zien van haar nauwkeurigheid tot in de geringste zaken, iets, dat zoo zeer afstak bij de vrije, zorgelooze manieren van het Zuiden, moesten wel bekennen, dat juist zij de persoon was, die men thans zoo zeer behoefde.

Oom Tom bevond zich dikwijls in Eva's kamer. Het kind leed veel door een zenuwachtige onrust, en zij gevoelde een groote verlichting, wanneer zij gedragen werd, en het was Toms grootste vermaak en vreugde om het

Sluiten