Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

om aan de toekomst te denken. Het was de kalmte, die wij gevoelen in het midden der schoone herfstbosschen, wanneer de boomen prijken met hun laatsten dosch, de laatste bloemen aan den vriendelijken stroom beginnen te verwelken, en wij ons over het ons omringende zooveel te meer verheugen, naarmate wij duidelijker inzien, dat alles weldra verdwenen zal zijn.

De vriend, die het meest van Eva's gewaarwordingen en voorgevoelens begreep, was haar trouwe drager Tom. Aan hem openbaarde zij, wat zij haar vader niet durfde zeggen, om hem niet nog meer te verontrusten. Aan hem deelde zij mede, wat de ziel gevoelt in de oogenblikken, wanneer de banden zich beginnen op te lossen, die haar nog aan het stoffelijk hulsel binden, voordat zij dit geheel verlaat.

Tom wilde eindelijk niet meer in zijn kamer slapen, maar lag altijd onder de buitenste veranda, gereed, om bij het eerste geluid op te springen.

„Wat scheelt je toch, Oom Tom, dat je als een hond je daar te slapen neerlegt?" vroeg juffrouw Ophelia op zekeren dag. „Ik meende, dat je tot de ordelijke soort van menschen behoordet, die gaarne, gelijk het den Christen betaamd in een fatsoenlijk bed slapen."

„Dat doe ik, julfrouw Feely, dat doe ik anders ook," antwoordde Tom op geheimzinnigen toon; maar nu . . ."

„Wel wat nu?"

„U moet niet zoo luid spreken; massa St. Clare mag het niet hooren; maar, jufïrouw Feely, u weet, dat er iemand moet zijn, om den bruidegom op te wachten."

„Wat meen je daarmede, Tom?"

„(J weet, dat er in de Schrift staat: „En te middernacht geschiedde een geroep: Ziet de bruidegom komt!" En dat nu is het, wat ik iederen nacht verwacht, juffrouw Feely, en daarom is het dat ik niet slapen ga."

„Maar, Oom Tom, hoe kom je op deze gedachte?"

Sluiten