Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men vernam eenig gedruisch in de kamer, als van iemand, die met haastige schreden heen en weer ging. Het was juffrouw Ophelia, die besloten had, om den geheelen nacht met haar werk op te blijven, en die op dat uur had opgemerkt, wat geoefende ziekenverpleegsters met groote beteekenis „eene verandering" noemen. De buitendeur werd haastig geopend, en Tom die onder de veranda de wacht hield, was in hetzelfde oogenblik bij de hand.

„Ga spoedig den dokter halen, Tom, verlies geen minuut!" zei juffrouw Ophelia, en zich daarop naar het andere einde van de veranda begevende, klopte zij aan St. Clares deur.

„Neef!" riep zij, „kom spoedig! spoedig!"

Deze weinige woorden vielen hem op het hart, als het geluid van de aardkluiten op de kist van een geliefde doode. Waarom? — Wie zal dat zeggen? — In één oogenblik was hij opgstaan en in de kamer der zieke, en over de nog slapende Eva heengebogen.

Wat zag hij daar, dat het kloppen van zijn hart als 't ware deed ophouden? "Waarom werd er geen woord tusschen die twee gewisseld?

Er lag geen akelige uitdrukking als van een stervende op het gelaat van het kind, maar wel een hooge, bijna verhevene trek, die de zich ontsluierende geestelijke natuur, het dagen van het onsterfelijk leven in de ziel van het kind verried.

Zij stonden beiden haar zoo stil aan te staren, dat zelfs het tikken van de klok te luid scheen. Tom was binnen weinige oogenblikken met den geneesheer teruggekeerd. Deze trad binnen, wierp een blik op het bed en stond vervolgens even stil als de overigen.

„Wanneer heeft deze „verandering" plaats gegrepen?" vroeg hij fluisterend aan juffrouw Ophelia.

„Te middernacht," was het antwoord.

Sluiten