Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij ongeduldig en wrevelig geantwoord, dat het hem onverschillig was.

Adolf en Rosa hadden de sterfkamer op hun wijze gestoffeerd; hoe ijdel, beuzelachtig, kinderlijk zelfs, zij overigens ook mochten wezen, zoo hadden zij toch een week hart en een diep gevoel; en terwijl juffrouw Ophelia waakte over de behartiging van orde en netheid, waren het hun handen, die de poëtische versieringen aanbrachten waardoor uit het verblijf des doods dat spookachtig, terugstootend voorkomen, verdreven werd dat zoo dikwijls het treurige noodeloos vermeerdert.

Daar stonden bloemen op den schoorsteen, in de vensterbanken en andere plaatsen, alle wit, fijn en geurig, met bevallig neerhangende bladeren. Eva's kleine tafel, met een wit kleed bedekt, droeg haar geliefkoosde vaas, die met één enkele knop van mosroos prijkte. De plooien der draperieën en de vouwen van de gordijnen waren door Adolph en Rosa geschikt en weer geschikt met die kieschheid van oog en smaak, welke hun ras zoo zeer eigen is. Zelfs nu, terwijl St. Clare daar peinzend bij het bed stond, kwam Rosa zachtkens op haar teenen meteen mand vol witte bloemen de kamer binnensluipen. Toen zij St. Clare ontdekte, trad zij terug en bleef op een eerbiedigen afstand staan; maar toen zij bemerkte, dat hij op haar niet lette, kwam zij weder nader en legde haar bloemen om de doode heen. St. Clare zag het, terwijl zij een schoone Kaapsche jasmijn tusschen de kleine handen van het lijkje stak en met bewonderenswaardigen smaak de overige bloemen rondom de legerstede strooide.

Andermaal werd de deur geopend en Topsy trad met oogen, die door het schreien waren opgezwollen, de kamer binnen, terwijl zij iets onder haar voorschoot verborgen hield. Rosa maakte een haastige, gebiedende beweging, als om haar weg te jagen; maar Topsy trad niettemin een schrede nader.

Sluiten