Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ga heen," zeide Rosa, half fluisterend, op een scherpen, hoogen toon, „gij hebt hier niets te maken."

„Och, laat mij toch! Ik heb een bloem meegebracht, een heel mooie," zeide Topsy, den half geopenden knop van een theeroos toonende. „Laat mij die daar neerleggen!"

„Ga heen, zeg ik u!" gebood Rosa nog driftiger.

„Laat haar begaan," zeide St. Clare, plotseling met den voet stampende. „Zij mag komen."

Rosa deinsde achteruit. Topsy kwam nader en legde haar offerande aan de voeten van het lijk; vervolgens wierp zij zich in haar volle lengte met een wilden, bitteren kreet bij het bed op den grond neer, en weende en kermde luid.

Juffrouw Ophelia snelde [de kamer binnen en trachtte het meisje op te beuren en tot bedaren te brengen; maar het was vruchteloos.

„O, jongejuffrouw Eva, o, jongejuffrouw Eva! ik wou dat ik ook dood was!"

Er lag een doordringende woestheid in dien kreet. Het bloed steeg St. Clare naar de marmerwitte wangen, en de eerste tranen die hij stortte, sedert Eva's dood, stonden hem in de oogen.

„Sta op, kind!" zeide juffrouw Ophelia, op een zachteren toon dan gewoonlijk. „Schrei zoo niet; jongejuffrouw Eva is nu in den hemel; zij is nu een engel."

„Maar ik kan haar niet zien!" snikte Topsy, „ik zal haar nooit weer zien!" en opnieuw begon zij te schreien.

Zwijgend stonden allen eenige oogenblikken bij elkander.

„Zij zei, dat zij mij liefhad," vervolgde Topsy. „Ja, dat zeide zij! Och Heer, och Heer! daar is voor mij nu niemand meer, niet een, niet een!"

„Dat is maar al te waar," zuchtte St. Clare. „Maar kom," zeide hij, zich tot juffrouw Ophelia wendende, „zie of gij het arme kind niet troosten kunt."

„Ik wou dat ik nooit geboren was!" zeide Topsy; „ik

Sluiten