Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX.

HEREENIGING.

In het huis van St. Clare spoedde de eene week na de andere rusteloos voort, en de golven des levens effenden zich weêr op de plaats waar de kleine boot gezonken was; want hoe koel, hoe onverschillig, hoe gevoelloos en onoplettend voor alle gewaarwordingen gaat in den loop van het dagelijksche leven alles zijn gang! Wij moeten eten en drinken; wij moeten slapen en weer ontwaken; wij moeten handelen, werken, koopen en verkoopen, vragen en antwoorden; wij moeten in 't kort duizend schaduwen najagen, ofschoon alle belangstelling daarin bij ons verloren is; de koude, werktuigelijke gewoonte des levens blijft bestaan, ook, nadat alle bezielende aandrift is verdwenen.

Onbewust had zich al de hoop, al de verwachting des levens van St. Clare aan dat kind gehecht. Het was voor Eva dat hij zijne goederen had beheerd; het was voor Eva dat hij een plan ter regeling van zijn tijd had ontworpen ; voor Eva dit en dat te doen, voor haar te koopen, te verbeteren, te veranderen en te rangschikken, was zoolang zijn gewoonte en zijn werk geweest, dat, nu zij niet meer was, er voor hem niets meer te denken of te doen overig scheen.

Het is waar, daar was een ander leven, een leven, dat zich aan hem, die er aan gelooft, vertoont in een ernstige, veel beteekenende gedaante boven de anders dikwerf zoo onbeduidende cijfers van den tijd, en deze eene geheimzinnige orde en waarde schenkt. St. Clare wist dit wel, en in menig uur van vermoeidheid en afmatting hoorde hij zich door die zoete kinderstem naar boven de wolken roepen, en zag hij zich door die kleine, teedere hand den weg ten leven wijzen; maar een zware last van

Sluiten