Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de teekenen van liefde en gehechtheid had gezien, waarmede Tom bestendig zijn jongen meester volgde.

„Wel, Tom," zeide St. Clare op den dag, nadat hijjeen aanvang had gemaakt met de werkzaamheden, verbonden aan zijn vrijverklaring, „wat zeg je er van? Ik ga heen, om je tot een vrij man te maken; ga dus je koffer pakken en maak je gereed om naar Kentucky terug te keeren."

De plotselinge glans van vreugde, die zich op Toms gelaat vertoonde, terwijl hij zijn handen ten hemel hief, zijn dankbare kreet: „Geloofd zij de Heer!" strookte niet geheel met St. Clares gevoel; het was hem onaangenaam, dat Tom zoo spoedig gereed was om hem te verlaten.

„Je hebt hier toch zulke slechte tijden niet beleefd, Tom, dat je daarom zulk een blijdschap over het verkrijgen van je vrijheid behoeft te toonen," zeide hij op een drogen toon.

„O, neen, neen, massa," antwoordde Tom, „daarom is het niet, maar het is om de gedachte, dat ik een vrij man ben. Daarom alleen ben ik zoo verheugd!"

„Maar, Tom, geloof je dan niet, dat je het thans veel beter hebt, dan je het als vrij man zult krijgen?"

„Neen, waarlijk niet, massa St. Clare," antwoordde Tom met geestdrift en kracht. „Waarlijk niet!"

„Je zoudt toch onmogelijk door je handenarbeid zulke goede kleeren en zulk een goed bestaan kunnen verdienen, als ik je totnogtoe gegeven heb."

„Ik weet dat alles wel, massa St. Clare; u is zelfs te goed geweest; maar, meester, ik wilde liever schamele kleederen dragen, een armoedig huis bewonen en alles even karig hebben, indien ik mijn vrouw en kinderen maar bij mij heb, dan het beste leven hebben en zoo alleen te zijn. Ik geloof, dat dit zoo in onze natuur ligt, massa; mij gaat het ten minste zoo."

„Ik geloof je wel, Tom," zeide St. Clare, „en ik denk, dat je over een maand of zoo kunt vertrekken," vervolgde

Sluiten