Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij op eenigszins verdrietigen toon. Maar waarlijk, waarom zou je dat ook niet!" riep hij met gemaakte vroolijkheid uit, terwijl hij opstond en de kamer op en neer wandelde.

„Omdat massa zoo neerslachtig is," zeide Tom. „Ik zal bij massa blijven, zoolang hij mij noodig heeft, zoolang ik hem van eenig nut kan wezen."

„Omdat ik zoo neerslachtig ben, Tom?" zeide St. Clare terwijl hij droefgeestig uit een der vensters zag. „En wanneer zal mijn neerslachtigheid geweken zijn?"

„Wanneer massa St. Clare een Christen zal geworden zijn," antwoordde Tom.

„En denk je waarlijk te blijven, tot die dag is gekomen?" vroeg St. Clare, terwijl hij zich half glimlachend van het venster omkeerde en zijn hand op Toms schouders legde. „O Tom, goede onnoozele ziel! ik zal je zoolang niet bij mij houden! Ga naar je huis, naar je vrouw en kinderen, en wees daar gelukkig."

„En toch geloof ik, dat die dag voor massa zal aanbreken," hernam Tom plechtig, terwijl de tranen hem in de oogen kwamen;" de Heer heeft een groot werk voor massa te doen."

„Een werk voor mij?" sprak St. Clare; „welnu, Tom, vertel mij dan eens, welk soort van werk dat zal wezen. Laat hooren!"

„Zie, zelfs zulk een arm wezen, als ik ben, heeft van den Heer zijn werk ontvangen, en massa St. Clare, die zooveel kundigheden, rijkdommen en vrienden bezit, hoeveel zou hij niet voor dien Heer kunnen doen?"

„Tom, je schijnt te gelooven, dat de Heer noodig heeft, dat er zeer veel voor Hem gedaan wordt!" zeide St. Clare glimlachende.

„Wat wij voor des Heeren schepselen doen, dat doen wij voor den Heer zelf," was het antwoord van Tom.

„Een zuivere godsdienstleer, Tom, beter inderdaad dan die Ds. B. predikt," zeide St. Clare.

OOM TOM.

Sluiten